Bomen in Europa sterven steeds vaker een vroege dood door klimaatverandering

Dode bomen

Dode beuken en zilversparren (afb: Christian Piedallu)

Bomen en hun opname van het broeikasgas kooldioxide spelen een belangrijke rol in de bestrijding van de klimaatontwrichting, maar het lijkt er op dat die steeds vroeger afsterven, in Europa, tenminste. Een nieuwe studie van het Franse lab voor klimaat- en milieuwetenschappen LSCE en het Zwitserse instituut voor bos-, sneeuw- en landschapsonderzoek WSL naar Franse bossen toont aan dat niet alleen droogte, maar ook ongewoon warme of natte lentes het risico op sterfte verhogen. Zelfs ideale groeiomstandigheden kunnen later fataal blijken.
Klimaatverandering is de belangrijkste oorzaak van boomsterfte. Warme en natte lentes kunnen het risico ook verhogen. Bomen sterven door een combinatie van verschillende stressfactoren. Afhankelijk van de soort hebben lange, aanhoudende droogtes of korte, extreme droogtes verschillende effecten. Bosbouwpraktijken ouden zich moeten aanpassen aan de toenemende schaarste aan water, stellen de onderzoekers. Het planten van meer droogtebestendige soorten, het eerder verwijderen van grote bomen en meer open bospercelen worden steeds belangrijker, gaan ze verder.
Beuken met bruine bladeren in de zomer, sparren die verdorren na een schorskeverplaag, bomen die doormidden breken na een zware storm, al zo’n twintig jaar zijn er in heel Europa tekenen dat steeds meer bomen voortijdig afsterven. In verschillende regio’s van het continent is de toestand van de bossen nu zelfs slechter dan in de jaren ’80, toen luchtvervuiling in sommige gebieden al ernstige schade aanrichtte aan de bomen.

De onderzoekers hebben de gegevens van de Franse bosinventarisatie van 2015 tot 2023 nader onderzocht. Ze zochten patronen in de oorzaken van het afsterven van de bomen. De gegevens toonden duidelijk aan dat die er ook daadwerkelijk zijn. Dankzij een combinatie van verschillende rekenmodellen en machineleren konden ze aantonen dat, naast boomgrootte en concurrentie, afwijkingen van het gebruikelijke seizoensklimaat een belangrijke oorzaak zijn van boomsterfte in Frankrijk. Zelfs ideale groeiomstandigheden – zoals warme, natte lentes – kunnen het risico op boomsterfte verhogen.
Vooral hoog groeiende bomen zoals de zilverspar stierven vaker na dergelijke, anders zo gunstige, groeiomstandigheden. De onderzoekers vermoeden dat de bomen in dergelijke lentes krachtiger groeien dan normaal. “Dit verhoogt hun waterbehoefte en maakt ze kwetsbaarder zodra het droog wordt”, zegt Pascal Schneider van WSL.
“Tegelijkertijd verbruiken ze vroeg in het jaar meer bodemwater. Als er vervolgens een droge zomer volgt, zijn de waterreserves in de bodem al uitgeput en worden de bomen sneller blootgesteld aan droogtestress.” Bovendien kunnen natte lentes de groei van ziekteverwekkers zoals schimmels bevorderen en de bomen verder verzwakken.

Met behulp van speciale technieken en de rekenmodellen konden ze specifiek onderzoeken hoe seizoensgebonden afwijkingen van het gebruikelijke klimaat de boomsterfte beïnvloeden. Schneider: “Onze resultaten laten zien dat er niet slechts één ‘droge zomer’ is die problemen voor bomen veroorzaakt. Afhankelijk van de boomsoort kan een geleidelijk toenemend watertekort een groter effect hebben dan een korte, intense droogte of andersom.”

Niet alleen zomerdroogte

Niet alleen zomerdroogte kan die bomen schaden. Ongebruikelijk milde winters kunnen ook problematisch zijn, omdat plaagorganismen beter overleven bij hogere wintertemperaturen. Warme lentes kunnen het risico verder verhogen, omdat ze de knopvorming vervroegen, waardoor jonge bladeren vatbaarder worden voor late vorst. Bomen sterven dus door een combinatie van afwijkingen van het gebruikelijke klimaat en niet alleen door geïsoleerde extreme gebeurtenissen.

Voor de bosbouwpraktijk betekent dit dat toekomstige aanplantingen zich meer moeten richten op droogtebestendige bomen uit zuidelijke regio’s, zowel uit bestaande populaties van de huidige soorten als bij de selectie van nieuwe boomsoorten. Bovendien moeten bosbouwers zich ervan bewust zijn dat bossen in de toekomst over het algemeen minder water beschikbaar zullen hebben in de zomer, aldus Schneider.
Grote bomen die veel water verbruiken, zullen daarom wat eerder uit het bos moeten worden verwijderd, zodat de overgebleven bomen voldoende water krijgen. Het uitdunnen van het bosbestand speelt ook een belangrijke rol, vooral na perioden met goede groeiomstandigheden. Dit zorgt ervoor dat de schaarse watervoorraad voldoende is voor de overgebleven bomen.

De Franse bosinventarisatie zou bijzonder geschikt voor dit soort studies. Deze bevat gegevens over 500 000 bomen van 52 soorten. Vrijwel alle geografische en klimatologische omstandigheden die in Europa voorkomen, zijn in Frankrijk aanwezig, van mediterraan tot alpiene klimaten. De bevindingen kunnen daarom worden toegepast op andere regio’s in Europa, waardoor aanpassingen in het bosbeheer mogelijk zijn.

Bron: idw-online.de

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *