Europa en Noord-Amerika branden vaker, maar wereldwijd niet

Brandhaarden in de wereld

De brandhaarden in de wereld zoals waargenomen door satellieten (afb: Copernicus)

Het lijkt er op alsof de hele wereld deze zomer (op het Noordelijk Halfrond) in brand staat, maar terwijl de bosbranden in Europa en Noord-Amerika steeds heviger worden, zijn de belangrijkste wereldwijde brandstatistieken historisch laag. Dat komt voornamelijk doordat in Afrika en Azië de branden beter onder controle hebben.
“Het lijkt een paradox, want we hebben het over een toename van branden, terwijl de wereldwijde cijfers steeds verder dalen, maar beide zijn waar,” stelt brandonderzoeker Mike Flannigan van Thompson Rivers-universiteit in Canada.

De bosbranden in Spanje zijn met meer dan 500 km2 de grootste ooit in het land, terwijl de bosbranden in Europa net iets minder dan het record van 2025 hebben bereikt. In Canada en de Verenigde Staten is het door bosbranden verwoeste gebied deze zomer minstens een kwart groter dan het gemiddelde van de afgelopen tien jaar en meer dan twee keer zo groot als tientallen jaren geleden, aldus nationale brandbestrijdingscentra. Grote delen van het continent werden verstikt door rook, wat leidde tot ongezonde luchtkwaliteit.
De branden nemen toe in omvang, intensiteit, snelheid en frequentie, vooral in de VS, Canada en Europa, aldus Jennifer Balch, branddeskundige aan de universiteit van Colorado. “Extreme bosbranden nemen wereldwijd toe in verschillende delen van de wereld. En dat is het aspect waar we ons grote zorgen over maken,” aldus Balch.

Toch kende de wereld begin juli van dit jaar recordlage uitstootcijfers door branden, een belangrijke indicator voor de frequentie ervan, zo meldde het Europese klimaatcentrum Copernicus. Copernicus berekende dat de koolstofuitstoot door branden dit jaar de eerste zes maanden de laagste is sinds de eerste satellietmetingen bijna 25 jaar geleden, ongeveer de helft van wat die begin jaren 2000 was.
Dat komt doordat de branden in Afrika en Azië sterk zijn afgenomen als gevolg van veranderende landbouwmethoden, brandbeheer en migratiepatronen, aldus Mark Parrington, senior wetenschapper bij Copernicus.
Gemiddeld komt meer dan driekwart van de wereldwijde emissies door de verbranding van plantaardig materiaal uit Afrika en Azië, zo blijkt uit statistieken van Copernicus. Minder dan een achtste komt uit Noord-Amerika en Europa.

Afrikaanse savanne

Traditioneel woedden er jaarlijks enorme grasbranden op de Afrikaanse savanne, in tegenstelling tot de meer sporadische bosbranden in andere regio’s. Deze branden hadden een grote invloed op de wereldwijde brandcijfers. Doordat er steeds meer land wordt gebruikt voor woningbouw en landbouw, beperken mensen de savannebranden en creëren ze tegelijkertijd barrières om te voorkomen dat branden zich verspreiden.

De door mensen aangewakkerde klimaatverandering is een belangrijke aanjager voor natuurbranden. De temperaturen worden hoger en er treden vaker langdurige droogtes op. Er schijnt onder weerkundigen een 30/30/30-voorwaarde te circuleren: het brandgevaar neemt aanzienlijk toe (heel grappig brand-weer genoemd) bij temperaturen boven de 30°C, bij een vochtigheid onder de 30% en een windsnelheid boven de 30 km/u (vrij krachtige wind), allemaal omstandigheden die door de klimaatverandering steeds vaker voorkomen. Het brandseizoen heeft ook de neiging steeds langer te worden.

Soortenarmoede

Verder schijnt de gebrekkige soortenrijkdom van de begroeiing in Europa (veel zeer brandbare, eenvormige ‘productiebossen’ met louter zeedennen zoals in het zuidwesten van Frankrijk) een brandfactor van belang te zijn. Dan hebben we dit en komend jaar ook nog met een, naar verwachting, super-El Niño te maken die de temperaturen wereldwijd nog verder opdrijft.

Bronnen: ABC News, phys.org

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *