
Het zogeheten RIT-ecosysteem van de groenwaardeerders (ESG rating providers) (afb: Agnieszka Smoleńska & David Levi-Faur/Regulation & Governance)
Wat is ‘groen’ en wat niet? Nu is een echt duurzame (groene) oplossing een tegenspraak in zichzelf. Dan zou alles in een volmaakte kringloop moeten verlopen en zo die al mogelijk is zijn we daar nu in ieder geval ver van verwijderd. Veel bedrijven en overheden schermen met ‘groene’ investeringen, maar hoe ‘groen’ zijn die?
Er schijnt zoiets te zijn als een waarderingssysteem dat
weegt hoe verantwoord qua milieu, maatschappij en regelgeving investeringen of activiteiten zijn om ‘groenwassen’ te voorkomen. Agnieszka Smoleńska en David Levi-Faur Hebreeuwse universiteit in Jeruzalem keken hoe die zaken in elkaar steken in de EU en het Verenigd Koninkrijk. Vertrouwen speelt daarin een grote rol en het systeem is makkelijk te fnuiken, zagen ze. Goede regulering is onontbeerlijk.
Dat deden de onderzoekersters door te vergelijken hoe de EU en het VK groenwaarderingsbureaus reguleren. Dat gebeurt door ‘versterkte zelfregulering’, een combinatie van overheidstoezicht en door de sector zelf opgestelde regels, om vertrouwen op te bouwen in opkomende ‘groen’markten en vertrouwen te herstellen wanneer de geloofwaardigheid in twijfel wordt getrokken.
Wie kunnen we vertrouwen om te zeggen wat echt groen is en wat slechts groenwassen is, praatjes voor de vaak? Die waarderingbureaus beoordelen bedrijven op hun prestaties op het gebied van milieu, maatschappij en bestuur en beïnvloeden steeds meer investeringsbeslissingen wereldwijd, aldus het persbericht. Daarbij is vertrouwen de ruggengraat van ‘duurzame’ financiering, maar die is gemakkelijk te misbruiken.
Die beoordelingen zijn bedoeld om investeerders te helpen echte duurzaamheidsinspanningen te onderscheiden van marketingpraatjes. Naarmate wat in de wandeling ESG wordt genoemd (een afko van milieu, maatschappij en bestuur) is uitgegroeid tot een krachtig financieel instrument, zijn de zorgen over inconsistente beoordelingen, ondoorzichtige methodologieën en belangenconflicten gegroeid.
De studie toont aan dat toezichthouders in de Europese Unie en het Verenigd Koninkrijk hier niet op reageren door de volledige controle over te nemen, maar door over te stappen op wat de auteurs ‘verbeterde zelfregulering noemen: een hybride model dat overheidstoezicht combineert met door de industrie geleide standaarden.
Deze aanpak weerspiegelt een dieperliggende realiteit van moderne markten. Overheden reguleren niet langer alleen. In plaats daarvan vertrouwen ze op intermediairs zoals waarderingsbureaus om complexe waarden, zoals duurzaamheid, te vertalen naar bruikbare marktsignalen.
Door de regelgevingsaanpak van de EU en het VK te vergelijken, laten de auteurs zien hoe beleidsmakers verschillende instrumenten gebruiken, afhankelijk van of ESG-waarderingen worden gezien als opkomende systemen die geloofwaardigheid nodig hebben of als problematische systemen die moeten worden hersteld. In beide gevallen spelen groenwaardeerders een centrale rol, maar ze maken ook deel uit van het probleem.
Goede regulering noodzakelijk
Die waarderingsbureaus kunnen groenwassen helpen tegengaan, maar alleen als ze goed worden gereguleerd.
Zelfregulering kan werken, maar alleen als deze wordt ondersteund door geloofwaardig toezicht. Vertrouwen ontstaat niet vanzelf. Dat moet actief worden geschapen, bewaakt en onderhouden. Het is het resultaat van een goed institutioneel ontwerp.
Bron: phys.org