
Metingen van Mauna Loa-observatorium (afb: NOAA)
Wetenschappers van het Scrippsinstituut voor oceanografie van de universiteit van Californië San Diego melden dat dit jaar de koolstofdioxideconcentratie bij het Mauna Loa-observatorium in mei een piek van 432,00 ppm bereikte. Daarmee wordt een lange (en droevige) trend voortgezet van recordbrekende jaarlijkse piekwaarden.
De waarde is een stijging van 1,8 ppm ten opzichte van de meting van 430,2 ppm in mei 2025. Wetenschappers van het meetlab van de Amerikaanse onderzoeksorganisatie NOAA rapporteerden een gemiddelde van 432,3 ppm, een stijging van 1,8 ppm ten opzichte van vorig jaar.
“De atmosferische CO₂-concentratie is het afgelopen jaar onophoudelijk blijven stijgen, heeft wederom een recordhoogte bereikt en brengt ons verder in een wereld met een hoge CO₂-concentratie”, stelt Ralph Keeling, directeur van het Scripps CO₂-programma. “Ik wou dat we beter nieuws hadden.”
Hoog op de hellingen van de Mauna Loa-vulkaan ligt het Mauna Loa-observatorium, de wereldwijde referentielocatie voor het meten van atmosferische CO₂. Op een hoogte van 3400 meter boven zeeniveau produceert het observatorium metingen die de gemiddelde toestand van de atmosfeer op het noordelijk halfrond weergeven.
In 1958 begon Scripps-wetenschapper Charles David Keeling, de vader van Ralph Keeling, met het monitoren van CO₂-concentraties bij het NOAA-weerstation op de locatie van het observatorium. Hij registreerde een eerste meting van 313 ppm op 29 maart van dat jaar.
Keeling was de eerste die besefte dat de CO₂-niveaus op het noordelijk halfrond piekten in mei, daalden tijdens het groeiseizoen en weer stegen wanneer de planten in de herfst afstierven. Hij documenteerde deze CO₂-schommelingen in een reeks die bekend kwam te staan als de Keelingkromme. Hij was ook de eerste die constateerde dat, naast de seizoensschommelingen, de CO₂-niveaus elk jaar stegen. NOAA startte in 1974 met dagelijkse CO₂-metingen en heeft sindsdien een aanvullende, onafhankelijke meetreeks bijgehouden.
Deken
Net als andere broeikasgassen werkt CO₂ als een deken, die warmte vasthoudt en de lagere atmosfeer opwarmt. Dit verandert weerpatronen en wakkert extreme weersomstandigheden aan, zoals hittegolven, droogtes en bosbranden, maar ook zwaardere neerslag en overstromingen. Stijgende CO₂-niveaus dragen ook bij aan oceaanverzuring, een verandering in de chemische samenstelling van de oceaan waardoor het voor mariene organismen zoals schaaldieren, weekdieren en koraal moeilijker wordt om harde, carbonaatrijke skeletten of schelpen te ontwikkelen.
Bron: phys.org