“Veronachtzaamde indirecte broeikasgassen maken 15% van het broeikaseffect uit”

Stand aardopwarming 2025

Al in 2030 zal de aardopwarming de 1,5°C-grens passeren (afb: Piers Forster et al./Earth System Science Data)

Terwijl de gemiddelde door de mens veroorzaakte aardopwarming  volgen onderzoekers rond Piers Forster sedert het midden van de 19de eeuw al met 1,39°C is gestegen en de 1,50°C-grens hoogstwaarschijnlijk over vier jaar wordt overschreden, blijkt dat de wetenschap tot nu toe een deel van de broeikasgassen heeft ‘gemist’, hebben wetenschapsters ontdekt. Het gaat om stoffen die zo’n 15% van het broeikaseffect veroorzaken.
De meeste van deze vaak over het hoofd geziene stoffen worden ‘indirecte broeikasgassen’ genoemd. Het, gaat onder meer over koolmonoxide, vluchtige organische stoffen (buiten methaan), stikstofoxiden en moleculaire waterstof.
In tegenstelling tot traditionele broeikasgassen zoals koolstofdioxide, komt de opwarming door indirecte broeikasgassen niet voort uit het direct vasthouden van warmte. In plaats daarvan veroorzaken deze gassen chemische reacties in de atmosfeer die de hoeveelheid methaan, ozon en andere directe broeikasgassen kunnen verhogen, met opwarming als gevolg.
Wetenschappersters bestuderen deze effecten al decennia, maar de gassen zijn nooit opgenomen in belangrijke klimaatbeleidskaders, zoals het Akkoord van Parijs of het onderliggende VN-Raamverdrag inzake klimaatverandering. Dit betekent dat de meeste landen geen rekening houden met de invloed van deze gassen in hun klimaatdoelstellingen en -beleid, of strategieën ontwikkelen om hun opwarmende effect te verminderen, ondanks hun significantie.

De uitsluiting van indirecte broeikasgassen gaat terug tot het Kyoto-protocol dat bijna 30 jaar geleden werd opgesteld en de ‘broeikasgasmand’ vaststelde die tot op de dag van vandaag het klimaatbeleid bepaalt. Destijds was de klimaatinvloed van indirecte broeikasgassen nog niet goed in kaart gebracht, maar de wetenschappelijke kennis hierover is sindsdien aanzienlijk verbeterd.
“Van alle door de mens veroorzaakte emissies die het klimaat opwarmen, zijn indirecte broeikasgassen gezamenlijk de derde grootste veroorzaker van de opwarming die we vandaag de dag ervaren, na koolstofdioxide en methaan, vóór lachgas, fluorkoolwaterstoffen en roet. Dit is een belangrijke factor in de opwarming die veel te lang buiten de klimaatbeleidsdiscussies is gebleven”, zegt hoofdauteur Ilissa Ocko, senior klimaatwetenschapster bij Spark Climate Solutions en voormalig adviseur van de speciale presidentiële gezant van de VS voor het klimaat.
“Het meten en terugdringen van indirecte broeikasgassen is essentieel als we de klimaatverandering volledig willen aanpakken, inclusief het minimaliseren van de oververhitting van meer dan 1,5 °C halverwege deze eeuw”, aldus medeonderzoeker Rick Duke, voormalig plaatsvervangend speciaal gezant van de VS voor het klimaat.

“Als we de opwarming effectief en efficiënt willen vertragen, moeten we alle bronnen van opwarming in overweging nemen, niet alleen de traditionele broeikasgassen”, aldus Steven Hamburg, hoofdwetenschapper bij het Environmental Defense Fund.
“De klimaateffecten van indirecte broeikasgassen hebben nu al een aanzienlijke invloed op het klimaat en voor sommige, zoals waterstof, zouden we het effect in de toekomst aanzienlijk kunnen zien toenemen”, stelt Hamburg. “Waterstof is een krachtig instrument in onze inspanningen om de CO2-uitstoot te verminderen, maar als een klein, ongrijpbaar molecuul kan waterstof gemakkelijk ontsnappen aan de infrastructuur en nemen de potentiële voordelen af ​​als we de indirecte effecten negeren.”

Indirecte broeikasgassen zijn afkomstig van diverse verbrandings- en/of industriële bronnen, waarvan vele nog steeds over het hoofd worden gezien in de huidige klimaatactieplannen, zoals oplosmiddelen, kleinschalige verbranding van biomassa en steenkool, open verbranding van biomassa en afval en biogene emissies van landgebruik en landbouw. Hoewel veel indirecte broeikasgassen ook luchtverontreinigende stoffen zijn, zijn luchtverbeteringsmaatregelen alleen vaak onvoldoende om hun klimaateffecten aan te pakken.

Vorming ozon

Veel indirecte broeikasgassen zijn zelf schadelijke luchtverontreinigende stoffen en dragen bij aan de vorming van ozon op grondniveau. Dat betekent dat de meeste landen niet vanuit het niets hoeven te beginnen, stellen de onderzoeksters. Er zijn mogelijkheden om voort te bouwen op bestaand(e) luchtkwaliteitsbeleid en meetsystemen om deze vervuilende stoffen en hun klimaateffecten te verminderen. Dat zou onmiddellijk voordelen opleveren voor de luchtkwaliteit en de volksgezondheid en tegelijkertijd een vaak over het hoofd geziene bron van klimaatverandering aanpakken.

Bronnen: phys.org, phys.org

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *