“Landbouw kan 40% minder kooldioxide uitstoten”

Klimaat en landbouw

De landbouw kan 40% minderbroekasgassen uitstoten zonder aan opbrengst te hoeven in leveren. De foto is genomen in Nardò in Italië. (afb: Ingebjørg Hestvik)

Volgens onderzoekers van, onder meer, de Noorse Universiteit voor Wetenschap en Technologie (NTNU) is het goed mogelijk om de uitstoot van broeikasgassen te verminderen én meer rekening te houden met de natuur, zonder de voedselproductie te verminderen. Een vermindering van 40% zou zeker haalbaar zijn, schrijven onderzoekers in dit artikel dat al in november vorig jaar is verschenen.
“Landbouwactiviteiten vormen een aanzienlijke bedreiging voor het natuurlijke milieu”, stelt Francesco Cherubini, hoogleraar industriële ecologie aan de NTNU. Hij vergeet te noemen dat kandbouw ook grote effecten heeft op het klimaat.
Boeren(organisaties) komen steeds weer met het argument dat we toch moeten eten, maar dat betekent niet dat we daarmee natuur en klimaat moeten ‘bezoedelen’. Zo is landbouw verantwoordelijk voor ten minste een kwart tot zelfs een derde van de wereldwijde uitstoot van broeikasgassen. Ook leidt de huidige landbouwpraktijk tot een afname van de biodiversiteit. Bovendien verbruikt deze sector grote hoeveelheden water en vervuilt rivieren, meren en oceanen door de afvoer van voedingsstoffen.
“Daarom moeten we actie ondernemen. De landbouw in Europa moet duurzamer worden. Het probleem is dat de maatregelen die nu worden genomen, zoals het beschermen van bepaalde gebieden of het laten hergroeien van bossen, concurreren met de voedselproductie om land”, zegt de hoogleraar.
Onderzoekers van de NTNU hebben gezocht naar oplossingen om de uitstoot van broeikasgassen te verminderen en het verlies aan biodiversiteit te beperken, zonder de voedselproductie in gevaar te brengen.
Door natuurlijke vegetatie in deze ‘suboptimale’ gebieden te laten hergroeien en tegelijkertijd de productie op betere landbouwgrond te optimaliseren, laat het onderzoek zien dat de emissies van de landbouw met wel 40% kunnen worden verminderd.

Cherubini: “In Europa hebben we al een vrij intensieve vorm van landbouw. ​​Verdere intensivering levert weinig op. Dat laat ons maar één optie: stoppen met het bewerken van de gebieden die het minst geschikt zijn voor landbouw en de productie verplaatsen naar beter geschikte gebieden. Door bomen en natuurlijke vegetatie de kans te geven de bewerkte gebieden die het minst geschikt zijn voor voedselproductie te herbevolken, is het zelfs mogelijk om hogere landbouwopbrengsten te behalen.”

De onderzoekers baseren hun bevindingen op Europese satellietgegevens die gebruikt werden om de bewerkte gebieden voor voedselproductie (granen en groenten) in heel Europa in kaart te brengen. Dit landbouwareaal omvat gebieden met steile terreinen, gebieden met lage opbrengsten of waar de bewerkte percelen klein en verspreid liggen. Grasland dat gebruikt wordt voor de productie van veevoer is niet meegenomen. Europa zou 24 miljoen hectare (bij een kwartmiljoen km2) van dit type landbouwgrond hebben.
Van deze gebieden loopt ongeveer twee derde het risico minder vruchtbaar te worden door bodemerosie en de helft ervan ligt in gebieden met belangrijke of bedreigde habitats en soorten.

Hernaturering

Door natuurlijke vegetatie in deze ‘karige’ gebieden te laten hergroeien en tegelijkertijd de productie op betere landbouwgrond te optimaliseren, toont de studie aan dat de broeikasgasuitstoot van de landbouw met wel 40% kunnen worden verminderd. De druk op de biodiversiteit kan met 20% worden verlaagd, terwijl de voedselproductie behouden blijft. “Het laten terugkeren van natuurlijke vegetatie naar gebieden met lage oogstopbrengsten is gunstig voor de koolstofbalans en verhoogt de biodiversiteit”, zegt Cherubini.

De productieverliezen die hierdoor ontstaan, kunnen worden gecompenseerd door intensievere teelt in de beste landbouwgebieden. Tegelijkertijd kan de zogenaamde extensivering van de landbouw worden ingevoerd in gebieden waar de percelen klein zijn en verspreid liggen. Extensivering houdt in dat er minder kunstmest, bestrijdingsmiddelen en arbeid worden gebruikt, terwijl er tegelijkertijd meer natuurlijke begroeiing, zoals bomen, wordt geïntroduceerd.

Door bomen en natuurlijke vegetatie de kans te geven in de minder geschikte landbouwgebieden, is het zelfs mogelijk om hogere landbouwopbrengsten te behalen, stellen de onderzoekers. De wortels van de bomen helpen voedingsstoffen in de bodem vast te houden. Erosie wordt verminderd en het koolstofgehalte van de bodem neemt toe.

10% tot 20% hoger

Onderzoek toont aan dat de gewasopbrengsten met 10% tot 20% kunnen worden verhoogd door dit soort extensieve landbouw. Dit vereist echter een verandering in de gebruikte methoden en de teelt van gewassen die de meeste calorieën per vierkante meter opleveren.
In Europa betekent dit meer maïs, tarwe en gerst verbouwen. De onderzoekers adviseren echter ook om te focussen op de meest geschikte gewassen voor de lokale markt, dat wil zeggen gewassen die al in het gebied worden verbouwd, gebaseerd op lokale kennis en bestemd voor de lokale markt.

“Als we alle cijfers bij elkaar optellen, zien we dat het mogelijk is om de klimaatuitstoot te verminderen, de biodiversiteit te vergroten en tegelijkertijd de voedselproductie op peil te houden. Maar dit vereist samenwerking tussen de landen van Europa”, stelt Cherubini.

Bron: Alpha Galileo

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *