
Vanglplaatsen van de ijsberen (rood vrouwtjes, zwart mannetjes) (afb: Jon Aars et al./Nature Special Reports)
IJsberen (Ursus maritimus) op/rond Spitsbergen lijken het goed te doen, zo blijkt uit recent onderzoek. De conditie van ijsberen rond het Noorse eiland Spitsbergen is verbeterd ondanks het verlies van zeeijs. Deze conclusie wijkt af van eerder gepubliceerde observaties van een afname van de ijsberenpopulatie die samenviel met het verlies van zeeijs in het hele Noordpoolgebied. De (mijn=as) vraag is dan meteen: in hoeverre wijken de Spitsbergse ijsberen af van de ijsberen elders in het Noordpoolgebied?
Eerder onderzoek had aangetoond dat de temperatuur in het Barentszzeegebied rond Spitsbergen sinds 1980 met maximaal 2°C per decennium is gestegen. Na een telling in 2004 bedroeg de ijsbeerpopulatie in de Barentszzee echter ongeveer 2650 ijsberen en leek deze tot voor kort niet in omvang af te nemen, hoewel de redenen hiervoor onduidelijk waren.
Onderzoeker Jon Aars van het Noorse Poolcentrum (dat heeft niks met die Amerikaanse vorm van biljarten te maken) en zijn collega’s onderzochten onlangs de mogelijke oorzaken van de stabiliteit van de populaties rond Spitsbergen aan de hand van gegevens van 1188 lichaamsmetingen van 770 volwassen ijsberen, verzameld op Spitsbergen tussen 1992 en 2019. Ze vergeleken veranderingen in de lichaamssamenstellingindex (BCI) van de beren, een indicator voor vetreserves en lichaamsconditie, met het aantal ijsvrije dagen in het Barentszzeegebied gedurende deze periode van 27 jaar.
Ze ontdekten dat, hoewel het aantal ijsvrije dagen in deze periode met ongeveer 100 toenam – met een snelheid van ongeveer vier dagen per jaar – de gemiddelde BCI van de onderzochte volwassen ijsberen na het jaar 2000 steeg. Dit zij erop wijzen dat de vetreserves toenamen naarmate de hoeveelheid zeeijs afnam.
De onderzoekers denken dat de verbetering van de lichaamsconditie van de ijsberen op Spitsbergen kan worden toegeschreven aan het herstel van populaties van landdieren die voorheen overmatig door mensen werden bejaagd, zoals rendieren (Rangifer tarandus) en walrussen (Odobenus rosmarus). Ze stellen ook dat het verlies van zeeijs ertoe kan leiden dat prooidieren zoals ringrobben (Pusa hispida) zich concentreren op kleinere zeeijsoppervlakken en dat dit de efficiëntie van de ijsbeerjacht kan verhogen.
Negatief
De auteurs verwachten dat verdere afname van het zeeijs de populaties op Spitsbergen negatief kan beïnvloeden doordat de afstanden die ze moeten afleggen om jachtgebieden te bereiken toenemen, zoals al is waargenomen bij andere ijsbeerpopulaties. Ze concluderen dat er meer onderzoek nodig is (altijd prettig voor onderzoekers) om te begrijpen hoe verschillende populaties ijsberen zich in de toekomst zullen aanpassen aan een opwarmend Poolgebied.
Bron: phys.org