Belangrijkste landen vergroenen na pandemie veel te weinig

Kolencentrales en windmolens

Kolencentrales en windmolens in Duitsland in een beeld gevangen

De belangrijkste industrielanden besteden maar een klein deel van het geld dat wordt besteed aan het herstel van de schade die de coronapandemie heeft aangericht aan ‘vergroening’, zo blijkt uit recent onderzoek. Erger nog, vele miljarden die daarvoor zijn bestemd gaan naar activiteiten die het klimaat schaden, zo stellen de onderzoekers.
De twintig belangrijkste industrielanden, verenigd in de G20-groep, steken 14 biljoen (14 duizendmiljard) dollar in het herstel, maar daar gaat maar 860 miljard naar activiteiten die de klimaatverandering tegengaan, een schamele 6%. Die getallen weerleggen de beweringen van veel regeringen dat de wereld na de pandemie zou vergroenen. De landen van de G20 zijn verantwoordelijk voor 80% van de broeikasgasuitstoot. Ook vergeleken met eerdere crises zoals die in 2008 is het aandeel van ‘groen’ deze maal buitengewoon laag. In eerdere crises maakte ‘groen’ nog eenzesde van de herstelinvesteringen uit.
Tijdens de pandemie is veel geld gegaan naar de gezondheidszorg en het verzekeren van inkomen. Overheden hebben verzuimd aan die voorzieningen groene eisen te stellen. Zo mocht een klimaatverpestende vliegmaatschappij als de KLM miljarden aan tegemoetkomingen van de Nederlandse overheid ontvangen, zonder dat er eisen werden gesteld. Elders zal dat niet anders geweest zijn. Frankrijk schijnt een uitzondering geweest te zijn. Zo mochten vliegmaatschappijen bij binnenlandse vluchten niet meer concurreren met de trein.
Niet alleen zorgden de steungelden nauwelijks voor vergroening, maar kwam 3% van de steungelden terecht bij klimaatschadelijke activiteiten, zoals subsidies voor de kolensector. Mogelijk dat de misdadige aanval van Poetin op Oekraïne de hardleerse regeringsleiders met de neus drukt op de nog steeds grote afhankelijkheid van fossiele brandstoffen van vele landen.

Bron: der Spiegel

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.