
Technische ingrepen in de oceanen hebben vaak ernstige gevolgen (afb: Kelsey Roberts et al./Reviews of Geophysics)
Stijgende wereldwijde temperaturen vormen een aanzienlijk risico voor mariene ecosystemen, biodiversiteit en visserij. Recent onderzoek toont aan dat de inspanningen om de opwarming te beperken tekortschieten en dat we nog deze eeuw (ruim) over 2 °C van het Akkoord van Parijs zullen schieten. Steeds vaker gaan er stemmen op om met technische ingrepen de opwarming te dempen. De effecten van deze interventies op mariene ecosystemen, zowel direct als in combinatie met de huidige klimaatverandering, blijven zeer onzeker. Er bestaan aanzienlijke kennislacunes over de mogelijke invloed van klimaatinterventiestrategieën op mariene ecosystemen. Begin er niet aan alvorens je terdege de risico’s van die radicale ingrepen hebt onderzocht, waarschuwen onderzoeksters.
Het verminderen van de broeikasuitstoot is nog steeds verreweg de effectiefste manier om een dreigende klimaatramp af te wenden, maar het lijkt wel of de wereld andere zaken belangrijker vindt dat dat. Steeds weer komen, ook wetenschappers, met ideeën om met grootschalige technische ingrepen de aardopwarming te temmen. De techniek zou ons (=de mensheid) moeten redden, waar die techniek ons juist in de problemen heeft gebracht en we(=de rijke mens), zo lijkt het, niet bereid zijn ons manier van leven te veranderen om erger te voorkomen.
Voorbeelden van die geotechnieken zijn koolstofdioxideverwijdering om de atmosferische CO2-concentraties in de loop der tijd te verlagen en zonnestralingsdemping, waarbij zonlicht wordt weerkaatst om de oppervlaktetemperatuur te verlagen. Daarbij wordt de werkelijke oorzaak van de aardopwarming, de mateloze broeikasgasuitstoot van de mens, niet aangepakt.
Kennelijk keken de onderzoeksters rond Kelsey Roberts, tijdens de studie verbonden aan de Cornelluniversiteit (nu de universiteit van Massachusetts), alleen naar de effecten van die technische ingrepen op mariene ecosystemen. De effecten van deze ingrepen op die systemen, zowel direct als in combinatie met de huidige klimaatverandering, blijven zeer onzeker, schrijven ze.
Gezien de centrale rol van de oceaan in de regulering van het klimaat op aarde en de wereldwijde voedselzekerheid, is het van wezenlijk belang om deze potentiële effecten te begrijpen, stellen ze. De onderzoeksters willen met hun beoordeling van de voorgestelde interventiemethoden voor klimaatbestrijding en -beheer in de zee en de mogelijke afwegingen en kennislacunes schetsen met betrekking tot hun invloed op mariene ecosystemen.
Klimaatinterventies kunnen de door opwarming veroorzaakte effecten verminderen, stellen ze, maar kunnen ook de mariene voedselketens, biodiversiteit en ecosysteemfuncties veranderen. De effecten zullen variëren afhankelijk van het gekozen traject, de schaal en de regionale context.
Trajectspecifieke effectanalyses zijn daarom onmisbaar om de afwegingen tussen plausibele interventiescenario’s te kwantificeren en de verwachte invloed ervan op mariene ecosystemen bloot te leggen. “Dit is nodig om prioriteit te geven aan schaalvergroting voor trajecten met een laag risico en scenario’s met een hoog risico te vermijden”, schrijven de auteurs.
IJzer
Door het water bijvoorbeeld te bemesten met ijzer, zou het mogelijk moeten zijn om de groei van zeealgen te stimuleren. Om te groeien moeten die CO2 opnemen. Deze koolstof zal vervolgens honderden jaren in de oceaan worden opgeslagen, is het verhaal. Een andere optie die door onderzoeksters is onderzocht, is het lozen van grote hoeveelheden kalksteen, basalt of natriumhydroxide in het water, met als doel de verzuring van de oceaan verminderen en zo de opname van nog meer CO2 uit de atmosfeer mogelijk te maken.
Het bemesten van een specifiek oppervlaktegebied kan leiden tot verstikking van diep water. Ook kan het de visserij duizenden kilometers verderop verstoren door de voedingsstoffen uit te putten die oceaanstromen normaal gesproken naar productieve gebieden transporteren. Bovendien zullen de algen die op deze manier zijn gegroeid, aan het einde van hun levenscyclus ontbinden en CO2 in het water brengen. De vraag is dan wat je daarmee opschiet.
De methode om de zuurgraad van de oceaan kunstmatig te verlagen lijkt de onderzoeksters aantrekkelijker. Ze wijzen er echter op dat basalt, bijvoorbeeld, ook voedingsstoffen zou introduceren die de algengroei kunnen beïnvloeden. Dit zou de ontwikkeling van bepaalde fytoplanktonsoorten bevorderen ten koste van andere organismen en mogelijk ook de ontwikkeling van roofdieren die de voorkeur geven aan deze soorten, met gevolgen voor de visserij.
Zondemping
Deze methoden hebben nog het voordeel dat ze kooldioxide aanpakken, de hoofdopwarmer. Andere methoden richten zich simpelweg op de effecten ervan omdat ze snelle resultaten beloven zoals het afkoelen van de planeet met zonafvang- of -demptechnieken.
Dat kan door minuscule deeltjes in onze atmosfeer te brengen, hopen sommigen zonlicht te weerkaatsen voordat het het aardoppervlak bereikt en opwarmt. Dat lijkt dan wat er gebeurt bij een vulkaanuitbarsting.
Al vaak hebben onderzoekers gewezen op de grote gevaren die daarmee gepaard (kunnen) gaan. Die ‘verduistering’ zou, bijvoorbeeld, wel eens heel slecht kunnen uitpakken voor de landbouwopbrengsten. Deeltjes kaatsen niet alleen warmte de ruimte in, maar ook licht (roep ik=as dan).
De techniek waarvan onderzoeksters denken dat die uiteindelijk het minst negatief uitpakt op de oceanen is het gebruik van een elektrische stroom om het water te alkaliseren (minder zuur te maken). Er schijnen al proeven te lopen in Los Angeles en Singapore om op die manier opgeloste CO2 in de oceanen via elektrolyse om te zetten in vast carbonaat. Dit alles met beperkte effecten op de mariene biologie. Beperkt, maar toch niet verwaarloosbaar.
“De wereld heeft transparant onderzoek nodig om schadelijke opties uit te sluiten, veelbelovende opties te valideren en ze te stoppen als de gevolgen onaanvaardbaar blijken. De beslissing moet gebaseerd zijn op wetenschap en bewijs, niet op marktdruk, angst of ideologie”, schrijven de onderzoeksters.
Bron: Futura-Sciences