Ook consument moet consumptie aanpassen voor gezond klimaat

Stephanie Cap

Klimatologe Stephanie Cap (afb: universiteit Leiden)

Die 1,5°C aardopwarming zullen we niet halen, valt te vrezen, maar onderzoeksters rond Stephanie Cap van de universiteit Leiden hebben toch eens uitgezocht wat consumenten in vijf Europese landen moeten doen om de opwarming beneden die in het Parijse Klimaatakkoord gewenste grens te houden. Uit de onderzochte scenario’s blijkt dat technologische vooruitgang op zichzelf onvoldoende is om de CO2-voetafdruk van huishoudens in lijn te brengen met de 1,5°C-doelstelling. Ook ingrijpende veranderingen in het dagelijks leven zouden nodig zijn. Naar ik(=as) vrees komen ze daar te laat mee.
Zelfs een snelle ‘ontkoling’ van de industrie en de energievoorziening is volgens modelscenario’s niet genoeg om de CO2-voetafdruk van huishoudens af te stemmen op de 1,5°C-doelstelling. Uit een nieuw onderzoek in vijf EU-landen, blijkt dat ook brede veranderingen in consumptiepatronen noodzakelijk zouden zijn. In landen met een hogere uitstoot zou tegen 2030 minstens 87% van de bevolking moeten meedoen.
Cap en haar collega’s hebben nu onderzocht wat consumenten in Duitsland, Spanje, Hongarije, Letland en Zweden zouden moeten doen om die wensgrens alsnog te halen en hebben de resultaten reeds gepubliceerd zonder beoordeling door vakgenoten.. Ze berekenden de mate van invoering die tegen 2030 en 2050 nodig is voor drie pakketten aan maatregelen (in totaal 47 consumptieveranderingen) om de CO2-voetafdruk van huishoudens in overeenstemming te brengen met de 1,5-°C-doelstelling.

Hun cijfers haalden ze uit de EXIOBASE-databank. Die koppelt consumentenuitgaven aan de uitstoot die vrijkomt in de bijbehorende productie- en toeleveringsketens. Tegelijkertijd gaan de scenario’s uit van een snelle ontkoling van het onderliggende economische systeem, waardoor het mogelijk is om het extra effect van veranderingen in de vraag van huishoudens in te schatten.
Voor het jaar 2030 zagen de onderzoeksters in alle vijf de landen ten minste één theoretisch haalbaar pad naar een CO2-voetafdruk van huishoudens die verenigbaar is met de 1,5°C-doelstelling. In landen met relatief hoge basisemissies zou het bereiken hiervan echter een zeer brede invoering vereisen van de meest effectieve veranderingen in consumptiegedrag. In dat geval zou ten minste 87% van de bevolking in die landen moeten deelnemen. Daarentegen wijzen de modellen uit dat het vereiste deelnamepercentage in Spanje en Hongarije rond de 50% tot 60% zou moeten liggen.

Weg van fossiel

Vooral aanzienlijke besparingen bleken voort te komen uit veranderingen op drie gebieden van het dagelijks leven: minder gebruik van fossiele auto’s, minder fossiele brandstoffen voor verwarming en een meer plantaardig voedsel in plaats van vlees(producten). De modellen beoordelen deze maatregelen niet op zichzelf, maar als onderdeel van pakketten die een aanvulling vormen op verwachte technologische ontwikkelingen.

Voor 2050 zijn de vereisten strenger. Duitsland, Letland en Zweden halen de berekende doelwaarde niet, zelfs niet wanneer ingrijpende ontkoling van de industrie wordt gecombineerd met omvangrijke veranderingen in levensstijl. Alleen Spanje en Hongarije bereiken in de scenario’s een theoretische voetafdruk van huishoudens die verenigbaar is met de 1,5°C-doelstelling – al zou daarvoor de bijna universele invoering van de meest effectieve maatregelen nodig zijn.
De onderzoeksters keken ook naar wat er gebeurt met de financiële besparingen die voortvloeien uit consumptieveranderingen. Dergelijke besparingen kunnen een deel van de klimaatwinst tenietdoen als het geld vervolgens wordt uitgegeven aan emissie-intensieve goederen of diensten. Uit het onderzoek bleek dan ook dat het voorkomen van ’terugkaatseffecten’ met een hoge uitstoot belangrijker was dan simpelweg het overhevelen van vrijgekomen middelen naar consumptiecategorieën met een relatief lage uitstoot.

De hoge deelnamecijfers zijn geen voorspelling van hoe mensen zich daadwerkelijk zullen gedragen. Cap omschrijft de berekeningen als verkennende scenario’s. Ze zijn gebaseerd op een basisjaar (2015) en op defossieliseringspaden die enkele jaren daarvoor zijn ontwikkeld.

De consument moet wel degelijk aan de bak, maar dat is natuurlijk geen nieuws. Of mensen minder gaan autorijden of overstappen op een ander verwarmingssysteem, hangt van meer af dan alleen hun persoonlijke bereidheid. Factoren als de beschikbaarheid van openbaar vervoer, werktijden en al of niet thuiswerken, woonsituaties en beschikbare verwarmingssystemen spelen een rol.

Bronnen: universiteit Leiden, scinexx.de

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *