“Waar blijven de wereldleiders als het om het klimaat gaat?”

Voorspellingen Club van Rome in Grenzen aan de groei

De voorspellingen van de Club van Rome in 1972 (stippellijnen) volgens het potverteerscenario lopen vrijwel gelijk met de werkelijke ontwikkelingen (afb: univ. van Melbourne)

Al in de jaren 70 en 80 werd (over)duidelijk dat de overconsumptie in de rijke landen niet alleen leidt tot uitputting van de grondstoffen, vernietiging van de natuur en nog meer ongerief maar ook tot het broeikaseffect veroorzaakt door bepaalde gassen zoals kooldioxide met als gevolg de aardopwarming. Jarenlang deden de veroorzakers of hun neus bloedde (burgers, politici en ondernemers) daarbij stevig geholpen door de oliebedrijven. In 2015 werd in Parijs het klimaatakkoord gesloten, maar dat werd meteen al als te laat en te weinig bevonden door klimaat- en milieuactivisten maar ook door veel klimaatwetenschappers. De redactie van Nature vraagt zich af waarom wereldleiders zo weinig aandacht hebben voor die duurzaamheidsbeweging, maar ik vrees dat dat blad zelf ook boter op het hoofd heeft zoals het gros van de publieksmedia en ondernemers.
Vijftig jaar geleden organiseerde de Verenigde Naties een milieuconferentie in Stockholm. Nu hebben Zweden en de VN een 50+-bijeenkomst georganiseerd om dat feit te herdenken maar de bijeenkomst is ook (weer) een oproep om eindelijk eens in beweging te komen.
Wereldleiders hebben wel wat anders aan hun hoofd. Eerst was daar dat vervelende virus, waar het klimaat van bleek te profiteren. Heel even. Nu zijn we weer bezig met de oorlog in Oekraïne en moeten we (=de rijke landen), als een gek op zoek naar alternatieve bronnen voor fossiele brandstoffen terwijl granen uit Oekraïne niet op bestemmingen in Afrika en het Midden-Oosten terechtkomen. Tel uit je windt.
Vooral geïnitieerd door de VN zijn er de afgelopen 50 jaar allerlei programma’s ingericht om het klimaat, de biodiversiteit en de natuur te redden, maar die verlopen allerminst voorspoedig. Ook is het besef dat het kapitalistische model de aanjager is geweest van die verwoestende ontwikkelingen nog nauwelijks doorgedrongen in de hoofden van regeringsleiders, ondernemers en burgers, voeg ik daar aan toe.
Vijftig jaar geleden werd het milieu een belangrijk thema. We waren onze omgeving aan het verpesten. ‘Dode lente’ (Silent spring) van Rachel Carson beschreef de kwalijke gevolgen van het gebruik van bestrijdingsmiddelen. Vooral ‘Grenzen aan de groei‘ van de Club van Rome zorgde er echter voor dat het milieu ook op de politieke agenda terechtkwam. De bijeenkomst in Stockholm vond een paar maanden plaats na het uitkomen van dat rapport.

Dat leek een ommekeer in te luiden. Er kwamen milieuwetten, maar als puntje bij paaltje kwam was wat ‘economie’ genoemd werd en wordt de bovenliggende partije. Milieuministers moesten vaak met de pet rond om maar iets gedaan te krijgen en het klimaat was tientallen jaren nauwelijks een onderwerp van discussie. In 1997 werden in Japan afspraken gemaakt (het Kyoto-protocol), maar dat betrof maar een klein deel van alle landen.
Er is nog steeds sprake van weinig op het gebied van klimaatbeleid. Wetenschappers en de VN luiden regelmatig de noodklok, maar er blijken altijd ‘belangrijker’ problemen aan de orde te zijn. Nu dus weer die driftige zoektocht naar olie en gas om Rusland voor zijn agressie te straffen.

Weinig wereldleiders

Op de 50+-conferentie in Stockholm worden zo’n 90 ministers verwacht, maar de regeringsleiders schitteren door afwezigheid: slechts een tiental wordt verwacht terwijl er in de wereld zo’n 200 landen zijn.
Er wordt constant gesproken over ‘vergroening’en ‘verduurzaming’, maar dat is dan toch vooral gepraat. Er zijn bedrijven die hun goede wil tonen, maar de meeste doen of hun neus bloedt net als de meeste regeringsleiders, met enkele uitzonderingen zoals Finland, IJsland, Schotland, Wales en Nieuw-Zeeland, schrijft de redactie in het commentaar. De voedsel- en energiecrisis zijn dan misschien direct veroorzaakt door oorlog en coronapandemie, maar ook de klimaatverandering en de uitputting van natuurlijke bronnen spelen daarbij zeker een aanzienlijk rol.

Voorafgaand aan de bijeenkomst in 1972 tekenden 2200 milieuwetenschappers een brief, de Mentonboodschap, voor VN-secretaris-generaal Oe Thant. Die ondertekenaars vreesden voor verschillende crises door veronachtzaming van onze leefomgeving. Er zouden onderzoekprogramma’s moeten worden gestart naar mensheidbedreigende verschijnsels zoals honger, oorlog, milieuvervuiling en de uitputting van natuurlijke bronnen. Duurzaamheid werd het nieuwe richtsnoer.
Dat alles bij elkaar is verre van voldoende om die crises te pareren. Er komt een nieuwe Mentonboodschap, een hernieuwde oproep eindelijk in actie te komen. De auteurs schrijven dat de ontwikkeling een soort springprocessie is geworden (“een stap vooruit en twee terug”). “De wereld produceert meer voedsel dan nodig en toch lijden mensen honger. We blijven in fossiele brandstoffen investeren en subsidiëren die sector ook, zelfs nu hernieuwbare energie steeds rendabeler is. We winnen grondstoffen waar de prijs het laagst is, vaak zonder acht te slaan op lokale rechten en waarden.”
De redactie van Nature vindt dat de wereldleiders (maar ook de ondernemers, dunkt me; as) moeten luisteren naar de wetenschap. Daarop volgt in het commentaar een laf zinnetje dat dat duurzaamheid de welvaart en het welzijn niet hoeft te beïnvloeden, maar dat die daar juist wezenlijk voor zijn. Wereldleiders kom nu eindelijk eens in actie! Ik zou er aan willen toevoegen dat niet de wereldleiders alleen verantwoordelijk zijn. Hebben wij niet allen boter op ons hoofd?

Bron: Nature

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *